Wilco snappen vergt wat tijd. Yankee Hotel Foxtrot bijvoorbeeld wordt als hun meesterwerk beschouwd. Maar ik kan me voorstellen dat een eerste luisterbeurt mensen eerder in verwarring dan in ontroering achterlaat. Steek je er vervolgens wat meer tijd in, dan ontdek je echt zoveel moois, zoveel verschillende lagen, en vooral ook: steeds weer iets nieuws. Analoog daaraan hadden Paradiso 2005 en 2007 op mij geen onuitwisbare indruk gemaakt. Ik was er denk ik nog niet aan toe. Maar deze avond, op mijn 35e verjaardag, viel definitief het kwartje.
Ze openden gewaagd, bijna provocerend, met het meer dan tien minuten durende One Sunday Morning, afsluiter van The Whole Love, destijds hun laatste album. Met dat zich continu herhalende melodietje dat voortdurend dreigt te ontbranden, maar steeds maar niet tot een climax komt. Misschien waren we erdoor gehypnotiseerd? Ik waande me daarna in elk geval anderhalf uur in een andere wereld.
Poor Places volgde, de eerste van zes liedjes van Yankee Hotel Foxtrot. Ook al geen gemakkelijk nummer. En daarna zeven minuten Art Of Almost, de waanzinnige opener van het nieuwe album. Ik wist niet wat ik meemaakte. Er volgden nog zes liedjes van die nieuwe plaat, maar verder ook, van ‘vroeger’, wat melancholische mijmeringen (Jesus Etc, Someday Soon), wat woeste uitbarstingen van geweld (I’m The Man Who Loves You, I Am Trying To Break Your Heart), en uiteindelijk gewoonweg betovering (Impossible Germany, Via Chicago).
Wilco is een band die niet zomaar wat liedjes speelt. Ze dagen je uit. Als je die uitdaging aangaat… En je dan helemaal het optreden ingezogen wordt… En dat er dan níets anders is dan déze band, op dít moment, in déze zaal… Dat is wel ongeveer het grootste compliment dat ik een concert kan geven.