Een telefoontje, op 23 augustus 2001. Het is dezelfde vriend met wie ik in 1994 voor het eerst ‘de geur van parfum, zweet en warm bier’ bij een concert van de Tröckener Kecks opsnoof. “Ze stoppen ermee”, was de onverwachte boodschap. We besloten nog zo vaak mogelijk te gaan. De tussenstations waren Appelpop (Tiel), Buk Buk (Heiloo), De Kade (Zaandam), Tivoli (Utrecht), Gigant (Apeldoorn), Patronaat (Haarlem) en Paradiso (Amsterdam). Het eindstation was LVC, in Leiden.
Ik was ongerust in de aanloop, want ik had alleen een handgeschreven reserveringsnummer op een briefje, over de telefoon verkregen. Zo ging dat toen blijkbaar. Maar we kwamen binnen, en we besloten vlak voor aanvang nog even bier te gaan halen. Ik heb werkelijk geen idee wat ons dreef (vermoedelijk dorst). We hebben weinig vrienden gemaakt en veel bier gemorst op de terugweg, toen het intro van Niemand Thuis al was ingezet. Tot zover de inleidende beschietingen.
Veel was vanavond hetzelfde als bij de voorgaande optredens, maar toch was alles anders. Een Dag Zo Mooi, Altijd Voor Het Eerst en Vanavond Voor Altijd kregen een nieuwe betekenis, alsof ze voor de gelegenheid geschreven waren. Bassist en publiekslieveling Theo Vogelaars - de enige die niet wilde stoppen - werd harder toegezongen dan ooit. Bij Met Hart En Ziel en Nu Of Nooit mengden we ons nog maar eens écht in het strijdgewoel, alsof we nog 17 waren en in De Kern in Purmerend stonden (we waren inmiddels 'al' 25).
Toen hoorden we Rick de Leeuw zingen: “Begint hier nu het einde, of eindigt het begin…?”, stonden we stil en luisterden we, naar het allerlaatste nummer: “Trek je jas aan, het is koud vandaag. Het wordt al licht, we moeten nu weg.” Omhelzingen op het podium, omhelzingen in de zaal. Her en der wat tranen. Er werd bier gehaald en geproost, en daarna werden er jassen aangetrokken over bezwete T-shirts. Het eindigde precies zoals het begon. En precies zoals het moest eindigen.