‘Alles moet anders’, zei Bruce Springsteen begin jaren ’90 tegen zichzelf, en hij doekte de E Street Band op. Hij ging op een kleine ontdekkingsreis, dat was even nodig. In 1999 belde hij zijn oude vrienden weer op - gelukkig had hij hun telefoonnummers bewaard: ‘Zin om mee te gaan?’ Dat hadden ze wel. Ze oefenden wat samen, en stapten in het vliegtuig. De ‘Reunion Tour’ begon in Europa.
Mijn eerste ontmoeting met ze, een maandje eerder, in Londen nota bene, viel wat tegen eigenlijk. Ze waren nog niet helemaal warmgedraaid, bleek achteraf. Maar matige tribuneplaatsen hielpen ook niet. Dat moest anders, in Arnhem. Dus brachten Remco en ik een dagje samen door, tussen andere fans, voor het Gelredome in de brandende zon. Ongetwijfeld hebben we toen ook een paar blikjes bier gedronken.
We belandden redelijk vooraan in de pit, en zagen eindelijk met onze eigen ogen, van dichtbij, waar we tot dan toe slechts flarden van op VHS videobanden hadden kunnen zien: de magie van de E Street Band. We zagen dat al die verhalen over verbondenheid, zowel op het podium als in het publiek, misschien wel clichés zijn, maar zeker geen verzinsels.
De reünie is nog steeds aan de gang. De mannen zijn niet zo jong meer en corona is nog niet klaar, maar ik hoop het toch echt nog minstens één keer mee te mogen maken… Dat gevoel - in elk geval voor die paar uur even - de wereld aan te kunnen.