Eindeloos gepriegel, noemde ik hun muziek altijd. Toch sleepte Remco me in 2002 mee naar Dream Theater in Ahoy. Ik was snel om. Vanaf toen ging ik gewoon uit mezelf mee. Een paar keer dan. De buitenlandse tripjes deed Remco met Coen.
De laatste keer dat ik ze zag was in 2015. Niet meer met Remco, wel met Coen. Dream Theater was héél matig. Maar verder was dat dagje Bospop een sentimentele trip die ik niet had willen missen (Anathema en Steven Wilson van Porcupine Tree speelden er ook nog).
Negen jaar later besloten Coen en ik weer eens te gaan. We lieten ons niet weerhouden door de alarmerende verhalen over de stem van de zanger en de belachelijke ticketprijzen. Gingen we naar ‘an accident about to happen’ of zou ik weer iets van de magie van Ahoy 2002 voelen?
Ze zitten op muziek maken, dat wisten we al. Maar mag het een onsje minder zijn misschien? En waar was zanger James LaBrie tijdens al die oeverloze instrumentale intermezzo’s? Niet op het podium in elk geval. Dat is toch vreemd. Ze nemen zichzelf zó serieus dat het op sommige momenten op één grote grap begon te lijken.
Afijn, genoeg gejammerd: Ze speelden drie uur lang. De visuals waren fantastisch. De stem van LaBrie viel reuze mee. Na 13 jaar was de flamboyante en fenomenale drummer Mike Portnoy weer terug. En zijn gigantische drumkit ook. Maar bovendien: Wát een muzikanten!
Ook dit is vast weer vloeken in de Dream Theater-kerk, maar de rustige nummers vond ik het beste. Vooral tijdens Hollow Years (met gitarist John Petrucci in volle glorie), This Is The Life en The Sprit Carries On dwaalden mijn gedachten af naar oude tijden. We sloegen een arm om elkaar heen. We waren op het juiste moment op de juiste plek.