Solo is een duo. Michel Flamman is de zanger met de gouden stem. Simon Gitsels bedient de toetsen. Op 2 juni 2006 zag ik ze, met vijf man en een paardenkop, in P3 Purmerend. Ze maakten van 2004 tot 2008 drie platen. En toen werd het stil. Uit elkaar gegroeid.
Járen later werd Simon opeens gebeld, in Berlijn, waar hij woonde, door Michel, die daar toevallig óók woonde. Michel was een stuk op de piano aan het schrijven, vond dat toch wat ingewikkeld, en dacht natuurlijk aan zijn maatje, de pianist. “Zullen we weer samen muziek gaan maken?”, was de vraag. Dat vond Simon goed. Begin dit jaar verscheen hun nieuwe album, New Men. Nieuwe mannen dus, dat klonk veelbelovend.
Maar het liep helemaal anders. Helemaal verkeerd, beter gezegd. Michel Flamman heeft longkanker, ongeneeslijk. Streep door alles. Wel werd er één show aangekondigd. De eerste sinds zestien jaar, en meteen hun afscheidsconcert. Wat een pijnlijk affiche. Maar ook mooi. Het lot, je noodlot, omarmen.
Godzijdank zei Flamman al snel dat het relatief goed met hem ging. Wel zat hij middenin een serie chemokuren. Hij was daardoor tussen de nummers door wat warrig en traag. Zijn zelfspot over “zijn chemobrein” haalde de kou uit de lucht. We mochten erom lachen.
De ritmesectie van weleer was ook weer opgetrommeld. Alles voor deze ene show. Wat was het mooi om die liedjes van toen weer te horen, na al die jaren. Een emotionele trip, want door de hele situatie, de subtiele muziek, en de teksten, ontkwam je er bijna niet aan om te gaan mijmeren, over het leven en zijn onnavolgbare wendingen.
Michel Flamman kreeg alle ruimte, en tijd. Dit was zíjn avond. Maar na bijna twee uur eindigden ze natuurlijk wel met zijn tweetjes, Michel en Simon, onversterkt, met Silence Falls: “Here’s to us, taking steps, right before the tumble, before the silence falls.”
Here’s to Michel Flamman en iedereen met die rotziekte. Dat het nog maar heel lang niet stil wordt.