Toen ik ze op Pinkpop 2024 zag, besefte ik weer hoeveel de liedjes van Acda en De Munnik een periode lang voor me betekend hadden, zoals voor ongeveer iedereen die in Amsterdam studeerde, eind jaren 90.
In 2023 had ik hun eerste concerten na de break-up nog overgeslagen. Het trok me totaal niet, een massaal meezingfestijn met ‘kermispubliek’. Er kwam een nieuwe serie en nu sprong ik over mijn schaduw heen. We kochten last minute kaartjes voor de Ziggo Dome. Ik had mezelf zeer goed geprepareerd: ga je niet ergeren, iedereen beleeft het op zijn eigen manier, ga de discussie niet aan, verplaats gewoon indien nodig, etcetera.
Het was even schrikken. Een druk kletsend groepje begintwintigers kwam vlakbij ons staan. Het was vooral enthousiasme: ze zongen veel woordelijk mee, en ik hoorde ze hopen op obscure liedjes als Eerste Helmersstraat. Er is nog hoop. Het viel allemaal enigszins mee dus, vooral ook omdat we redelijk voorin stonden trouwens. Verder achterin of aan de zijkant was het weer bal. Het blijft bijzonder dat mensen zoveel geld neertellen voor een concert dat compleet aan ze voorbijgaat.
Acda en De Munnik zijn momenteel nog hotter dan ze al waren, dankzij Beste Zangers. Snelle en Bente waren er dan ook, met leuke bijdrages (alhoewel ik Mooi Liedje véél liever zou horen in de originele uitvoering). Alle hits kwamen langs natuurlijk. Hoe moet het voelen als iets wat je 30 jaar geleden op een blauwe maandag bedacht, door vijftienduizend mensen keihard mee wordt gezongen? Het meest blij werd ik van de verrassendere keuzes, Lena bijvoorbeeld, en in de toegift het prachtige Kees, van Frans Halsema.
Na al het moois kwamen ze met zijn tweeën nog één keer terug, en speelden ze voor de állereerste keer een nieuw, klein, mooi liedje, Alles Wat Ik Weet: “Zoals ik het leven zie, soms gaat het echt om de tekst, soms gaat het veel meer om de melodie.” Zoals ik Acda en De Munnik zie: soms komen ze samen.