Dit openluchtconcert had twee gezichten, voor ons. Het was een lekker dagje geweest in Antwerpen, maar ook lang. Blij met onze zitplaatsen dus, maar we kwamen er maar moeilijk in. Ver van het podium, loom weer, rondlopend publiek, en misschien ook gewoon wel iets teveel kabbelende liedjes, dat eerste uur. De pauze was welkom. We haalden een drankje, spraken onszelf moed in, en begaven ons toen toch maar tussen de fanatiekelingen, vooraan. Beste beslissing van het jaar.
We zagen zoveel meer onderlinge interactie en details. Dat het donker werd, hielp ook voor de sfeer natuurlijk. Alles klonk even goed, of de liedjes nou lief (Either Way), vrolijk (Hummingbird), zwaar (At Least That’s What You Said), psychedelisch (Spiders (Kidsmoke)), of gewoon vreemd (Random Name Generator) waren. Er zit geen enkele sleet op deze mannen. Ze lijken iedere keer weer beter dan de vorige.
De minutenlange gitaarsolo aan het einde van Impossible Germany was weer eens een absoluut hoogtepunt. Ik zou graag iets origineels schrijven, maar hier ontkom ik gewoon niet aan. Wat Nels Cline uit zijn gitaar tovert is bizar. Voor de zoveelste keer dacht ik de allerbeste versie ooit van dit nummer te horen.
Bassist John Stirratt verdient ook een keer de spotlights. Jeff Tweedy en hij zijn de enigen die er vanaf het begin (1994) bij waren, in Wilco. Hoe ingewikkeld de songstructuren ook worden, alles klinkt even goed op elkaar afgestemd. Hij moet daarin een cruciale factor zijn. Verder staat hij er de hele avond ontzettend cool bij natuurlijk, zoals het een bassist betaamt.
Jeff Tweedy zelf zit ogenschijnlijk ontzettend goed in zijn vel, de laatste jaren. Wie zijn levensverhaal kent, weet dat het niet vanzelfsprekend is dat hij avond aan avond zo staat te shinen. Je hebt bij Wilco nooit een benul wat ze gaan spelen. Het werden deze keer 31 liedjes, meer dan ooit, verdeeld over vrijwel al hun albums, in bijna drie uur. Een waar muzikaal feest van een nog steeds fascinerende band.