Christien Oele gaat schuil onder de naam VanWyck, naar een van haar oma’s. Ze was historica, met een sluimerende liefde voor muziek. Pas op haar 45e bracht ze haar eerste soloalbum uit. Schrijver Arthur Japin, met wie ze bevriend is, trok haar over de streep (“Je wilt iets, maar je doet het niet!”). Haar baan als inrichter van tentoonstellingen werd opgezegd, tien jaar geleden. Haar sprong in het diepe heeft inmiddels vijf platen opgeleverd. Dit jaar kwam Dust Chaser uit, met als altijd lovende recensies, in binnen- en buitenland.
Er waren slechts enkele tientallen mensen, in de kleine zaal van Fluor, het café. Je gunt haar een groter publiek, maar aan de andere kant zijn dit soort zaaltjes op haar lijf geschreven. Haar teksten zijn verhalend en beeldend tegelijkertijd. De muziek idyllisch, gespeeld door goede, gedienstige muzikanten. Dat bij elkaar, in zo’n intieme setting, geeft je het gevoel dat je bijna letterlijk bij haar op bezoek bent.
Vrijwel alles van de nieuwe plaat werd gespeeld. Toen de toegiften: Het romantische To June, This Morning, een op muziek gezet gedicht van Johnny Cash. Your Favorite Tune, een prachtig eerbetoon aan een in coronatijd plotseling overleden vriendin, die nog zo vol in het leven stond. En haar heerlijke ‘hitje’ Maybe, Maybe Not. Niet echt een hit natuurlijk, maar het zou het wel moeten zijn.
Afsluiter Carolina’s Anatomy was ontstaan in Berlijn. Vrienden hadden haar daarnaartoe meegenomen, toen ze er niet zo lekker in zat. Haar broer was onder tragische omstandigheden overleden. Ze vond alles lelijk, in de nachtclub waar ze waren beland. Tót ze haar vriendin, Carolina, in haar eentje zag dansen: “She sways to the beat of the drum machine. Have you ever been this close to feeling no remorse, and being where you want to be”.
Als ik Christien Oele van 54 op het podium zie rondzwieren, dan zie ik precies dat, en dat is heerlijk om te zien: iemand die precies daar is waar ze wil zijn.