Ik was Wild Pink de laatste jaren uit het oog verloren. Mooie muziek, maar ook een beetje saai. The War On Drugs- of The National-light, zoiets. Toen ik zag dat ze in Utrecht stonden, leek me dit de uitgelezen mogelijkheid voor een hernieuwde en nadere kennismaking met deze band.
In de Ekko dus, een klein maar heel tof zaaltje. Een extra reden om te gaan, maar hun carrière had dus niet bepaald een vlucht genomen, concludeerde ik. Na deze avond begreep ik wel waarom. Want… ehh… wat is het tegenovergestelde van ‘podiumdieren’ eigenlijk, of van ‘rasartiesten’, of van ‘werken voor je geld’?
Eén keer werden we plichtmatig begroet door leadzanger John Ross, verder zei hij niets. Acht liedjes van hun nieuwe album, Dulling The Horns, speelden ze eerst. Moe konden ze toen nog niet zijn, want veel bewogen was er niet. Maar toch volgde een korte pauze. Ik maakte me toen dus serieus op voor deel 2 van het concert, het oude werk. Yolk In The Fur werd gespeeld, een oudje inderdaad. Maar toen gingen ze er dus gewoon vandoor. Deel 2 bestond uit één liedje. Het hele concert uit negen.
Als je helemaal uit New York overkomt naar Nederland, en doet wat je het leukst vindt om te doen, neem ik aan, en best een uitgebreid oeuvre hebt, en er staan weliswaar niet heel veel maar toch meer dan 50 mensen naar je te kijken, wáárom zou je dan na een uur al stoppen? Onbegrijpelijk.
We besloten al snel om niet in boosheid over zoveel luiheid te blijven hangen. Goed was het namelijk wel gewoon geweest, en ‘light’ al helemaal niet. Meeslepend gitaarwerk, intense muziek. En met dank aan Wild Pink hadden we nog een hele avond in Utrecht voor de boeg ook.