Acht liedjes speelden ze van hun nieuwe album, The Great Vacation. De titel is een knipoog naar ‘de grote vakantie’ waar je vroeger zo naar uitkeek, maar slaat vooral - cynisch - op de coronaperiode en de nasleep ervan, toen de moeder van Jacco de Greeuw overleed, nadat zij de laatste jaren aan dementie had geleden. Het ging weer eens allemaal niet vanzelf voor hem.
Story of his life. Tussen twee platen van de band zit altijd zo’n vijf jaar, als de band überhaupt al niet tijdelijk opgedoekt is. De periodes van droogte vallen vaak samen met periodes van neerslachtigheid van de zanger. Of gewoonweg depressies, zoals in de jaren voor Pergola, hun meesterwerk. Zijn huidige toestand, en daarmee ook meteen van de band, lijkt gelukkig positiever en stabieler. Het is echter een dunne lijn, hij is de eerste die dat erkent.
Twee gedachten komen standaard naar boven bij een concert van Johan: 1) Ze blijven wel heel trouw aan de uitvoeringen zoals ze op de platen staan, of anders gezegd: Zou er misschien iets meer geïmproviseerd kunnen worden? En 2) Het is bijna ongemakkelijk om De Greeuw op het podium bezig te zien, zo schuchter staat hij daar. Bijna alsof het een noodzakelijk kwaad voor hem is, dat live optreden.
Het zijn slechts kleine kanttekeningen. It’s Five O’Clock, een Aphrodite’s Child cover die op Johans debuut uit 1996 staat, kwam uit de lucht vallen. Ze kunnen het dus wél, verrassen, dacht ik toen. En ik heb gewoon weer eens Paper Planes en How Does It Feel live kunnen horen. Machtig mooie liedjes die, hoewel niet vrolijk, mijn studententijd kleurden. Ik had wat dichterbij het podium willen staan, achteraf, maar, uit welke hoek en van welke afstand je er ook naar kijkt, er staat geen maat op Jacco de Greeuw, als liedjesschrijver.