Ik ontdekte de Noorse band Madrugada pas in 2022. Het leek afgelopen met ze, na het overlijden van gitarist en drijvende kracht Robert Burås in 2007. Een aantal shows in 2019, rond het twintigjarig jubileum van hun prijsalbum Industrial Silence, leidde drie jaar later tot een prachtige nieuwe plaat, Chimes At Midnight, en een nieuwe tournee. Wij werden weggeblazen toen we ze twee avonden achter elkaar live zagen, in Tilburg en in Paradiso.
De tussenliggende jaren hadden Høyem geïnspireerd om andere paden te bewandelen dan de gebaande. Dit jaar bracht hij alweer zijn zesde solo-album uit, On An Island. Solo gaat Høyem nog introspectiever dan hij op dat laatste album van Madrugada al deed. Iets minder toegankelijk en het is mij eerlijk gezegd nog niet helemaal gelukt om erin te komen.
Live had hij mij dan wel weer helemaal te pakken. Dat duurde een tijdje trouwens. Ik geef de schuld aan het middagprogramma. Toen zag ik Feyenoord, in een Nijmeegse kroeg, Ajax oprollen. Ik zat er dus sowieso wel lekker in, maar het was even schakelen, van een feestkroeg naar een volgepakt Doornroosje. Toen we eenmaal, op een nette manier natuurlijk, mooie plekken voorin hadden bemachtigd, verdween de 6-0 naar de achtergrond. Voor twee uurtjes dan.
Er stond slechts één Madrugada-liedje, het schitterende Majesty, op de setlist. Hij had veel makkelijker kunnen scoren dus. Maar hij kiest zijn eigen weg en was daardoor helemaal in zijn element. The Rust, van zijn nieuwe plaat, was het mooiste. Zeven minuten duurt het. Het meandert maar een beetje voort. Maar ongemerkt word je er helemaal ingezogen.
Wat een innemende performer is hij, en wat een band heeft hij om zich heen verzameld... Kapot kon deze zondag al niet meer, maar dankzij Sivert Høyem en zijn warme baritonstem werd hij gewoon alleen maar mooier.