Vreemd hoe mijn interesse in bepaalde artiesten soms zonder aanwijsbare reden afbrokkelt. Neem nu Spinvis. Ik was een tijdje gek op zijn debuutplaat. De opvolgers kocht ik nog, plichtsgetrouw. Maar ik begon af te haken. Terwijl de platen echt niet minder werden, volgens de recensies. Waar ging het mis dan? Dat zijn muziek en teksten niet recht-toe-recht-aan genoeg zijn misschien. Te weinig a la de Tröckener Kecks en De Dijk, zeg maar.
Maar iedereen verdient een tweede kans, ook Spinvis. Vooral ook omdat-ie helemaal niets misdaan had. Dus gingen wij naar Zeist, naar het openluchttheater naast Slot Zeist. Een prachtige locatie. Mooie sfeer, je kon er een speld soms horen vallen.
Vroeg in de set kwam het aangrijpende Voor Ik Vergeet langs, van zijn eerste plaat. Smalfilm, ook van zijn debuut, kreeg een spoken word intermezzo van vriend Arjan Witte, een schitterende uitvoering. Tegen het einde van de set speelden ze Kom Terug en Ik Wil Alleen Maar Zwemmen. Ik was een beetje vergeten hoe vernuftig zijn liedjes in elkaar zitten.
Maar meer nog dan die ‘hitjes’, is Trein Vuur Dageraad mij bijgebleven. Eerst was er een melodie. Tenminste, zo legde hij zijn schrijfproces uit in de prachtige Top 2000 A Gogo mini-documentaire die over hem gemaakt is. Eerst de melodie dus, en wat losse woorden (trein, vuur en dageraad, gok ik), die hij in een kladblokje had gekrabbeld, of tegenwoordig tot zijn eigen ergernis in zijn telefoon ("Stom eigenlijk, ik ga ook gewoon weer die boekjes gebruiken").
Die losse woorden werden wat losse zinnen. Wat losse zinnen werden een tekst. Over ‘liefde aan de linkerkant, en rechts de eeuwigheid’. Over ‘wie je worden gaat en wie je vroeger bent geweest’. Zo werd die melodie samen met die tekst een liedje. Een prachtig liedje dat stemt tot nadenken.