Ik miste geen dag op Pinkpop sinds 2003. De club van Pinkpopgangers in onze vriendengroep groeide en groeide. Het was voor ons inmiddels veel meer dan een popfestival geworden.
De avond na de voorverkoop zaten we gedesillusioneerd in onze stamkroeg. We hadden ontzettend lopen falen die ochtend en een stuk of 10 kaartjes te weinig op de kop getikt. Stijf uitverkocht.
Toen ik thuiskwam, om een uur of drie die nacht, keek ik nog even op Ticketmaster. We hadden niets afgesproken, maar een vriend deed exact hetzelfde. Opeens hadden we 12 kaarten in de pocket. Waar kwamen die opeens vandaan? Euforische taferelen in de WhatsApp-groep die zondag. En de suggestie dat we die nacht door iemand geholpen waren.
Er klopte aan Pinkpop 2014 iets helemaal niet. Maar tegelijkertijd klopte alles eraan. Er was een lach en een traan en een onbeschrijflijke climax, op maandagavond.
Om een uur of zeven splitst de groep: een deel sluit aan in de rij voor de pit bij Metallica, een deel gaat naar Gogol Bordello in de tent, een deel blijft lekker in het gras liggen, een deel maakt zich klaar om naar huis te gaan, en ik ga naar Arcade Fire op het Noordpodium.
De lucht wordt steeds donkerder. Als door de duivel gedreven speelt Arcade Fire zijn set. “Don’t worry, it’s not gonna start raining until we’re done playing… But it might rain really fucking hard after that…”. Twee minuten na deze mededeling van Win Butler breekt de hemel open. “I might not have checked right”, zegt hij met een glimlach en vanaf dat moment gaan werkelijk álle remmen hélemaal los.
De lucht is inmiddels gitzwart. Regen wordt stortregen wordt onweer en bliksem. Een passender decor voor de muziek van Arcade Fire bestaat niet. Op de lichtkrant verschijnt een waarschuwing: “Het onweer dreigt zeer heftig te worden! Ga gehurkt op de grond zitten. Wacht instructies af.”
Niemand gaat gehurkt op de grond zitten. Wij wachten helemaal nergens op. We deinen mee op de zomerse klanken van Here Comes The Night Time: “When you look in the sky, just try looking inside. God knows what you might find”. Dan de explosieve finale van dat nummer. We worden bedolven onder confetti. Iedereen ziet er even mooi uit. Iedereen danst en zingt. En niemand is bang.
Na afloop loop ik beduusd terug naar het hoofdveld. Ik tref een slagveld aan. De pit bij Metallica is ontruimd. Eric Corton probeert iedereen tot kalmte te manen. Groepjes mensen zitten ineengedoken bij elkaar. Dan gaat langzaam de storm liggen. Metallica’s optreden gaat alsnog door. Ik vind mijn vrienden terug. Nothing else matters.
Ik kijk nog één keer naar boven. En denk: morgen weer naar huis. Naar familie. Nothing else matters.