Een supergroep is ‘een band die geformeerd is uit muzikanten die hun sporen eerder verdiend hebben, als solo-artiest of als lid van een andere band’. Bekende voorbeelden zijn Cream (Eric Clapton, Jack Bruce, Ginger Baker), The Highwaymen (Johnny Cash, Waylon Jennings, Willie Nelson, Kris Kristofferson) en The Traveling Wilburys (George Harrison, Bob Dylan, Tom Petty, Jeff Lynne, Roy Orbison).
Van mijn broer kreeg ik voor mijn verjaardag een kaartje voor Transatlantic. Weer eens wat anders dan Doe Maar (het vorige cadeau, mijn nummer 2 van 2013). Ik kende de geschiedenis: Hij had ze in 2001 en in 2010 in hetzelfde 013 gezien en twee keer de avond van zijn leven gehad.
Ik geloof dat aanhangers van progressieve muziek dit toch echt wel de superste aller supergroepen vinden: Mike Portnoy (Dream Theater), Roine Stolt (Flower Kings), Neal Morse (Spock’s Beard) en Pete Trewawas (Marillion), met soms Daniel Gildenlow (Pain Of Salvation) als gastmuzikant.
Naar Marillion en Dream Theater was ik lang geleden al eens meegesleurd. Toen ik in november 2002 keihard weggeblazen werd door die laatste band, gooide ik mijn weerzin tegen muziek in dat genre definitief overboord. Dus deed ik mijn broer en mezelf een groot plezier door in de jaren die volgden mee te gaan naar diverse optredens van Anathema, Porcupine Tree, en coverbands van Genesis en Pink Floyd.
Transatlantic tilt het progressieve in progressieve rock en het symfonische in symfonische rock nog even naar een hoger level. Opener Into The Blue zette de toon. Toen het afgelopen was, waren we een klein half uur verder en had vrijwel elk bandlid al gezongen én gesoleerd. Na de ‘song that never ends’ verwelkomde Mike Portnoy, de geniale drummer die zo uit een stripboek over supergroepen lijkt weggelopen, ons bij de ‘show that never ends’. Nog ruim drie uur te gaan.
My New World (minuutje of 16) volgde, met visuals die ze natuurlijk altijd gebruiken bij dat nummer, maar die nu voor ons gemaakt leken te zijn. Daarna een rustpuntje: Shine (“And so we shine while this moment slips away from us, shine while the skies are turning gray…”). Misschien een ‘bathroom break’ voor de diehards, maar wij zagen dat het goed was. Nog ruim twee-en-een-half uur te gaan.
Het ging maar door. Het was bijna een opluchting dat de Pink Floyd-cover uiteindelijk achterwege bleef. Nights In White Satin van de Moody Blues (lievelingsnummer van mijn moeder) was een waardige vervanger.
We zouden er natuurlijk samen heen gaan. Dat liep totaal anders. Remco zal nooit gedacht hebben dat ik niet met hem maar met zijn vriendin naar Transatlantic zou gaan. We houden het er maar op dat hij tevreden heeft toegekeken. Dat maken we er maar van dan.
We maakten er wat van.
Transatlantic: Supergroep!