In de vooravond van zaterdag 29 november, in een WhatsApp-groep met middelbare schoolvriendjes die hoofdzakelijk gebruikt wordt voor slechte woordgrappen, plotseling een bericht in een heel ander genre: Luc de Vos overleden.
De Vos was zanger van Gorki. Gorki werd, toen de band nog Gorky heette, wel eens de Nederlandse Tröckener Kecks genoemd. Reden genoeg voor mij en diezelfde schoolvriendjes (we waren inmiddels ook Kecks-vriendjes geworden) om hun titelloze debuutalbum bij de phonotheek te lenen en op een cassettebandje te zetten. Vanaf toen waren we ook Gorki-vriendjes.
Ergens in 1994 kwamen ze naar wijlen De Kern in Purmerend. Voor letterlijk tien man en misschien nog een figuurlijke paardenkop, gaven ze een enorm ongeïnspireerd en kort, maar o zo memorabel optreden weg. Wat zou ik dat uur van mijn leven graag nog eens herbeleven.
Vrijwel iedere tournee daarna pakten we wel een concertje mee. Je wist wat Luc de Vos je samen met zijn band zou gaan brengen: Rare fratsen, vreemde poses, gedoe met flessen champagne, soms een ontbloot bovenlichaam en na vrijwel elk nummer een enthousiast en welgemeend ‘Joepie!’. Maar vooral: Belachelijk goede muziek.
Luc de Vos was een grote onbekende in Nederland en een held in Vlaanderen. Na zijn dood ontstonden er Hazes-achtige taferelen in Gent en omstreken. Ik heb ‘genoten’ van de warme eerbetonen in de Belgische en zelfs in de Nederlandse media. Eindelijk erkenning voor Luc, en daarmee eigenlijk ook een beetje voor mezelf (en mijn muzieksmaak).
Helaas kwam er erg weinig muziek van Gorki langs. Ja, wel steeds maar weer Mia natuurlijk, maar weinig woorden over de ontwikkeling die ze in 20 jaar door hadden gemaakt, van de Belgische Kecks tot de Belgische Radiohead.
Helaas werden er weinig van Luc de Vos’ teksten geanalyseerd. Ja, wel steeds maar weer Mia natuurlijk, maar weinig woorden over Red Mijn Ziel Vooral (“...en ook mijn mooie lichaam”), Punk Is Dood (“...maar wij leven nog”) en Mijn Strijd Gaat Door (“...op een ander front”).
Ik koester het snorretje dat Luc de Vos op zijn eigen gezicht tekende (Voske ten voeten uit) toen ik Gorki’s laatste album door hem liet signeren. Ik koester de laatste keer dat ik hem zag vlammen, samen met mijn middelbare school-, Kecks- en tevens Gorki-vriendjes.
En meer dan ooit koester ik zijn woorden: “Wij treuren niet langer dan nodig, over dingen waaraan niets valt te doen. Ondanks de tegenslagen doen wij altijd verder. We zijn zo jong... Er is nog een zee van tijd en kans op de volgende prijs. Wij sterven van verlangen. Onze liefde die blijft duren. In de show van je leven is er een zee van tijd...”.