Je kent ze vast wel, die momenten dat je in een filosofische bui opeens dingen gaat denken als: Wat als ik in 2002 die lyrische recensie over Lifted... Or The Story In The Soil, Keep Your Ears To The Ground (ja, ik heb die titel ook niet verzonnen hoor) van Bright Eyes niet had gelezen?
Ik las hem wel, kocht de cd, werd totaal overdonderd, en zag Conor Oberst vervolgens in tien jaar tijd tien keer op een podium staan, in allerleihoedanigheden. Er was eigenlijk geen peil op te trekken wat je voor je kiezen zou krijgen.
Zeven keer was het met Bright Eyes, band die qua samenstelling zeg maar iets vaker wisselt dan bijvoorbeeld een U2. In die zeven Bright Eyes concerten transformeerde Oberst van een niet altijd even sobere in zichzelf gekeerde experimentalist (Paradiso 2003) tot een met jonge meisjes op de eerste rij knuffelend popidool (Paradiso 2011). Ik geef er de voorkeur aan als het een beetje daar tussenin zit, en dan is het soms ook echt ‘in your face’: Tivoli 2005 en Tivoli 2011, intense concerten die niet toevallig in het teken stonden van zijn magnum opus I’m Wide Awake It’s Morning.
Eén keer was het met Jim James (van My Morning Jacket) en M Ward, als Monsters Of Folk, op Crossing Border 2009. Een waar muzikaal feest, en voor het eerst had ik de indruk dat hij zelf óók genoot. Twee keer was het als Conor Oberst zelf, waarvan dan weer één keer met de Mystic Valley Band (Melkweg 2008, weinig memorabel) en één keer solo (Paradiso 2013, veel memorabel!!).
Over dat laatste concert schreef ik dingen als “Alles was even raak”, “First Day Of My Life: het mooiste liedje van deze eeuw”, en (over slotstuk Waste Of Paint) “Een onwerkelijk einde van het beste concert van dit jaar”. Ik had het naar mijn zin gehad.
Conor Oberst is niet iemand die van stil zitten houdt, dus daar was hij alweer, ruim een jaar later. In het voorprogramma: Dawes. Geweldige band, waarvan vooral Things Happen (“that’s all they ever do”, over filosofische buien gesproken) me is bijgebleven. Zij waren vanavond ook Oberst’s begeleidingsband, en misschien wel de stabiele factor die hij even nodig had.
Zijn rusteloosheid had hij nu eens ergens in Omaha achtergelaten. Conor was volkomen zen. Zijn nieuwe liedjes klonken alsof ze altijd al bestaan hadden en zijn oude liedjes als nieuw.
Geen idee wie het was (ik kom nog even op de eerste alinea terug), maar ik ben de schrijver van die lyrische recensie in elk geval erg dankbaar.