Een bijl in zijn nek, noemde Thé Lau het doodvonnis dat hem was opgelegd. Op 3 april dit jaar maakte hij bekend dat hij nog zes tot negen maanden te leven zou hebben (ja, ik heb die rekensom die je net maakte ook gemaakt). Er werden drie afscheidsconcerten aangekondigd. Er zouden diverse gastoptredens zijn bij die optredens. Er ontstond een mediacircus dat ik eigenlijk helemaal niet vond passen bij Thé Lau zoals ik hem kende (vrij oppervlakkig trouwens).
Maar het paste hem op een of andere manier als gegoten. In interviews vertelde hij bijna feitelijk over de allergrootste emoties. Hij onderging bijna gedwee alle loftuitingen. Hij was totaal niet cynisch over alle aandacht die hij nu kreeg, en vroeger zelden.
Wat een triomfantelijke manier om met het noodlot om te gaan. Hij had het een bijl in zijn nek genoemd, maar hij leek het nu toch meer als een kink in de kabel te beschouwen. Niet zielig maar zeker ook niet overdreven stoer. Kwetsbaar, eerlijk en open. Je moet het maar kunnen. Het lijkt me niet voor iedereen weggelegd.
Gelukkig had ik me op Pinkpop al een beetje kunnen prepareren voor deze avond. Zo wist ik bijvoorbeeld van het nummer Slapen/De Dood af, waar ze vanavond mee begonnen. Mijmeringen van een stervende: “Ik ga nu slapen, mij wacht de nacht. Ik kan niet wachten, op wat me wacht”.
Even vroeg ik me af of ik me niet beter kon verplaatsen naar een zaal verderop, waar Pearl Jam speelde. Héél even, en daarna nooit meer. Want de dood werd niet allesoverheersend vanavond. Integendeel eigenlijk: we hieven een glas op elkaars gezondheid (want wij stonden niet alleen).
Ik heb The Scene sinds begin jaren 90 helemaal grijs gedraaid. Ter illustratie: Iedereen Is Van De Wereld staat niet in mijn persoonlijke Top 25 van hun liedjes (nee, níet nu, misschien in een volgende serie). Ik was dan ook blij dat ze gewoon een aantal verborgen pareltjes uit hun oeuvre speelden (Kleine Stille Strijd, Rivier, Geloof: alle drie Top 10 materiaal).
De gasten stelden zich gedienstig op. Ze sleepten Thé Lau er doorheen. Maar dat was veel minder vaak nodig dan op Pinkpop. Ze keken vertederd naar hem. En meer nog, bewonderend. Wij ook. Want hij was, het klinkt wrang, in topvorm.
Wat een triomfantelijke manier om met dit rigoureuze noodlot om te gaan. Altijd uit het hart. Het was wondermooi.
En toen werd de lucht donker. De maan verscheen. De maan klom hoger. De wereld kraakte. De lichten brandden. En de hemel keek.
Tom Barman mompelde: “Er is te veel verlangen, er is te weinig tijd”. Thé Lau schreeuwde, met zijn laatste adem: “Open moet het.... zijn!”.
Dit oversteeg alles.
Open moet het zijn.