Nog altijd ben ik oud-collega Max dankbaar dat hij Built To Spill introduceerde bij mij. Het was de tijd dat we cd’s meenamen naar het werk om aan elkaar te laten horen, als achtergrondgeluid tijdens ongetwijfeld keihard werken. Ik luisterde destijds voornamelijk naar indiebandjes (als het maar met ‘The’ begon en de liedjes niet langer dan 3 minuten duurden). Die nieuwe bandjes vielen op zich goed in de smaak, maar mij werd wel verweten dat ik me er niet echt in verdiepte waar ze de mosterd vandaan hadden gehaald.
Dus kreeg ik een kopie van Perfect From Now On van Max (het was ook de tijd dat je nog cd’tjes kopieerde voor elkaar). Vanaf de eerste tonen was ik erdoor gefascineerd. De liedjes duurden een stuk langer dan drie minuten, en ze waren onvergelijkbaar met alles wat ik daarvoor had gehoord, door de ingewikkelde songstructuren en de schrille stem van Doug Martsch. Maar het werd me wel duidelijk waarom Built To Spill bekendstaat als een van de grondleggers van de indierock. Het staat in mijn top 30 van albums, aller tijden.
Zijn naam is gevallen: Doug Martsch, eigenlijk het enige permanente bandlid. Vanaf de oprichting in 1992 heeft hij het rotatiesysteem bij Built To Spill in werking gezet, ver voordat dat in het voetbal zijn intrede deed. Zo voelt elke plaat en elke tournee steeds weer als een van de eerste (geen idee of dat zo is trouwens, dit heb ik zelf bedacht). Martsch is een fenomenale gitarist die veel, zo niet alles, op gevoel doet, als hij op het podium staat. Daarnaast is hij juist wars van elke vorm van opsmuk. Dus bouwt hij nog steeds zelf zijn podium op en ziet hij eruit als iemand die zelf een podium opbouwt.
Deze keer werd Built To Spill gecompleteerd door twee jonge dames: Melanie Radford op bas en Teresa Esquerra op drums. Ik was eventjes verbaasd: normaal gesproken werd Martsch geflankeerd door generatiegenoten van hetzelfde geslacht (die hem dan hielpen het podium op te bouwen), en dan veel meer dan twee ook nog. Dus hoe ging een drietal het volgepropte Built To Spill geluid reproduceren?
Twee dingen waren hetzelfde gebleven trouwens: de tergend lange pauzes tussen de nummers en het gebrek aan interactie met het publiek. Maar verder: Niet vaak heb ik een bassiste zo blij zien zijn en zo uit haar dak zien gaan. Wat een taak voor de drumster om alle gekke afslagen van Martsch te volgen. Een genot om naar te kijken, allebei. Dat hij slechts een ritmesectie naast zich had staan, gaf Doug Martsch nog meer de ruimte zijn virtuoze gitaarspel te demonstreren.
Halverwege het eerste nummer, The Plan, was ik al om. Hoe ze eindigden, met Carry The Zero (wát een nummer) en Goin’ Against Your Mind, ging alle perken te buiten. Waarom had ik eigenlijk zo lang geaarzeld eindelijk weer eens naar Built To Spill te gaan?