Er is iets met Damien Rice aan de hand. Hij heeft last van een voortdurend writer’s block, zo lijkt het. Sinds 2002 bracht hij drie albums uit, de laatste in 2014. Je kunt iemand moeilijk kwalijk nemen dat hij ‘te weinig kunst produceert’. Het is immers aan de kunstenaar zelf om te bepalen wat hij goede kunst vindt, en de moeite van het delen waard. Maar dit blijft toch een soort mysterie wat al jaren om Damien Rice heen hangt, en waardoor hij best moeilijk te vangen is.
Eerst de statistieken van de avond: Hij speelde zeven nummers van O (het meesterlijke debuut uit 2002), drie van 9 (de tweede plaat uit 2005), geen enkele van de laatste (My Favourite Faded Fantasy uit 2014), twee nooit officieel uitgebrachte nummers die hij al vanaf 2002 af en toe live speelt, en toch ook nog twee nieuwe nummers. Maar die twee nieuwe nummers leken eigenlijk meer op ideeën en niet helemaal af. De overige twaalf waren dus minstens achttien jaar oud.
Veel in het leven lijkt een worsteling voor Damien. Hij toert dan ook zelden. Des te bijzonderder was het dat hij er opeens weer was. Dan weet je ook dat je geen halve Damien te zien gaat krijgen, maar het hele pakket: zijn humor en zijn nukken, en alles daartussenin. Die nukken hadden we negen jaar geleden ervaren. Volledig in zichzelf gekeerd nam hij ons toen mee zijn binnenwereld in. Zelden zoiets (moois) meegemaakt. Toen zat ik in de nok van Carré, nu zaten we op rij 10. Deze keer sloeg de balans meer door naar de humor, de verhalenverteller. Daartoe ongetwijfeld geïnspireerd door de twee vrouwen die hij meegenomen had.
De Spaanse Silvia Pérez Cruz verzorgde het voorprogramma, mocht halverwege Damiens set een eigen nummer zingen, en zong de tweede helft van de show met Damien mee, onder andere op 9 Crimes. De Letse Jana Jacuka (“interdisciplinary artist”) hield af en toe voor de vorm een gitaar vast, bracht tijdens de toegiften een indrukwekkende monoloog over de angst die vrouwen voelen in het metoo-tijdperk, maar was er vooral voor het visuele aspect, met toneel en dans, en tijdens Astronaut veranderde ze in een levende discobal (je had er bij moeten zijn).
Maar Damien zelf dan, hoe zat hij zelf in de wedstrijd? Ik hoor het u denken. Meteen al tijdens opener Fool wisten we dat het weer ontzettend goed was. Er zijn er maar weinigen die een show durven te openen met een nogal dramatisch nummer dat nooit officieel uit is gebracht. Daarna volgden bijvoorbeeld Cannonball, Delicate en Volcano, om er maar een paar te noemen. Ze mogen dan erg oud zijn, maar wat zijn ze ook verschrikkelijk goed, die liedjes.
Dus we blijven geduldig wachten totdat Damien Rice weer eens de inspiratie vindt om nieuwe zielenroerselen met ons te delen. Tot die tijd doen we het met dit soort indrukwekkende optredens. Wat weet deze man mij keer op keer te raken.