In het schilderachtige dorpje Castelbuono op Sicilië, dichtbij de noordelijke kust van het eiland, op een uurtje rijden van Palermo, vindt sinds 1997 het Ypsigrock festival plaats. Een klein festival met dagelijks niet meer dan 2500 bezoekers. Op verschillende plekken verspreid over het dorp, in kerken bijvoorbeeld, zijn er optredens van kleine lokale artiesten, grote internationale acts, en van alles daartussenin. Tijdens optredens op het hoofdpodium, op het Piazza Castello, worden de visuals ook geprojecteerd op de wand van het 700 jaar oude kasteel dat er staat.
Dit wisten wij ook allemaal niet hoor, toen we kaarten kochten voor een dagje Ypsigrock, maar het was wel héél mooi meegenomen. Wij gingen eigenlijk puur voor The National. Ze gaven geen regulier concert in Nederland (alleen Lowlands), dus we maakten van de nood een deugd.
De muziek van The National beschrijven is niet makkelijk. De genres die op wikipedia staan: indie rock, alternative rock, post-punk revival, art rock, folk rock. Dat helpt vast niet echt. Wat associaties die me te binnen schieten: stuwende drums, vervreemdende gitaarlijntjes, mompelende zang, weemoedige blazers. Stuk duidelijker nu. Het is dan weer introvert en intiem, dan weer explosief en boos. Dat eerste verwacht je wel, dat tweede totaal niet, als je zanger Matt Berninger ziet (hij ziet eruit alsof zijn werkdag bij een verzekeringsmaatschappij er net op zat, hij toevallig langs dit plein liep vanavond, en toen maar het podium op is geklommen).
Maar al vroeg in de set, tijdens Day I Die, geweldig nummer, duikt hij het publiek in, schreeuwend in zijn microfoon. Zo trekt hij het publiek de show in. Steeds zoekt hij contact, ook fysiek. En dan heb je aan de gemiddelde Italiaan een goede. Ik heb het al een paar keer bij Pearl Jam-concerten mogen ervaren, maar qua enthousiasme en passie was dit publiek echt van een andere orde. Zo hartstochtelijk als dit beleefd werd. Zo luid als er werd meegezongen, ondanks hun doorgaans gebrekkige Engels.
In de toegiften kwam alles wat deze show goed maakte samen. Light Years als vertegenwoordiger van het nieuwe, nogal ingewikkelde album, I Am Easy To Find. Pas tijdens deze show viel bij mij het kwartje dat die liedjes toch wel erg goed zijn. Met een mooie rol voor Kate Stables, toegevoegd aan de band voor de vrouwelijke vocalen. Daarna Mr. November. Berninger rent de trappen op, richting het kasteel, dwars door het publiek, en weer terug. Zijn ‘snoerenman’ wordt er gek van. Hij lijkt bezeten. Vervolgens de woede van Terrible Love, en de droefheid van het absurd mooie About Today (“Well can I ask you about today, how close am I to losing you?”).
Nog één keer kwamen ze terug, voor Vanderlyle Crybaby Geeks. Een samenzang met het publiek. Nou ja, eigenlijk zong het publiek het alleen, gesouffleerd door Matt Berninger. Dit was intens. Matt Berninger was intens. Zijn band ook. Het publiek al helemaal. Daar liepen we dan, terug naar onze auto, door dat zo pittoreske en rustige dorpje, Castelbuono. Wij hadden intens genoten.