Conor Oberst was al nooit het zonnetje in huis, maar de laatste jaren zat het helemáál niet mee. Hij werd online van verkrachting beschuldigd (hij is inmiddels vrijgepleit, door het bewuste meisje zelf), er werd een cyste in zijn hersenen ontdekt (hij is inmiddels hersteld), en tenslotte overleed zijn oudere broer ("He basically drank himself to death", zei Conor in een interview). Het drukte een behoorlijke stempel op het laatste optreden dat ik van hem zag, begin 2017.
In het voorprogramma stond toen Phoebe Bridgers. Zij heeft ook een hectische tijd achter de rug. Ze is in het verleden door Ryan Adams erg slecht behandeld (laat ik het maar zo zeggen), en heeft zich daar - net als vele andere vrouwen - in 2019 over uit durven spreken.
De twee begonnen een samenwerking onder de ingewikkelde naam Better Oblivion Community Center. Er kwam een mooi album, en deze tournee. Ze speelden alles van dat album, en wat eigen nummers. Ze leken bevrijd, zo samen.
Ik betrapte Conor Oberst diverse keren op een lach, en je zag hem zich verantwoordelijk voelen voor het gemoed van zijn muzikale partner. Maar Phoebe Bridgers redde zich wel vanavond. Tegen het einde van het concert klom ze zelfs op het drumstel. Zo van: kom maar op allemaal, ik kan jullie aan. Hoewel soms moeilijk verstaanbaar, zong ze mooi. En de stem van Conor, die hakt er bij mij nog steeds behoorlijk in.
De eerste toegift was het meeslepende Scott Street (van Phoebe), dat minutenlang sluimert, tot je bijna ongemerkt meegesleurd wordt in een fantastische climax. Ze eindigden met Dominos, ook de laatste van het album. “There’s always tomorrow”, zongen ze. Hoe diep je soms in de shit zit, hoe heftig ook de pijn… Het tij kán keren.