Ergens aan het begin van deze eeuw kwam ik de vijf mannen van Van Dik Hout tegen op De Parade. Ze traden niet op, maar waren gewoon een avondje met elkaar op stap. Mooi om te zien. Schoolvrienden die een bandje zijn begonnen, krijgen van mij bonuspunten. Begin 2018, na bijna 25 jaar, wijzigde de samenstelling van dit bandje voor het eerst. Drummer Louis de Wit koos een andere weg. Gelukkig bleek er geen conflict te zijn en hoefde het jongensboek van Van Dik Hout niet de prullenbak in.
Je kunt iets vinden van de stem van Martin Buitenhuis, van zijn maniertjes, van sommige teksten, en dat de mannen wel wat ‘mellow’ zijn geworden na hun eerste drie platen. Maar dat wordt al genoeg gedaan, vind ik.
Het was een tijdje geleden (10 jaar!) dat ik ze voor het laatst zag, maar ik genoot weer met volle teugen. Ze speelden vijf nummers van de allereerste plaat, vijf van de toen nog aanstaande (Eén Nacht Eeuwigheid), acht van daartussenin (met als hoogtepunt het verrassende two-pack Het Nieuwe Spel / Half Zeven), twee liedjes van De Poema’s, en dan nog Tot Jij Mijn Liefde Voelt (Bob Dylan) en Laat Mij Niet Staan (Beatles).
Martin introduceerde Pijn met een herinnering aan een gastoptreden van Herman Brood. Die zeilde tijdens dat nummer het publiek in, compleet de weg kwijt, op 30 december 1996 in dezelfde zaal. Ik dacht terug aan die legendarische avond. Want ik was erbij, met mijn schoolvrienden.
Wij waren bezig met ons eigen jongensboek. Nu nog steeds trouwens. Misschien is het niet zo spannend als dat van Van Dik Hout, maar minstens even waardevol.