Queen, Nick Cave, Metallica, The Who, David Bowie, Red Hot Chili Peppers. Een op het oog willekeurig lijstje grote artiesten. Maar er is toch een overeenkomst. Ik zal nooit eens even een album van ze opzetten. Op een enkel nummer uit hun oeuvre na, lukt het ze niet mij echt te raken. Terwijl ik wéét dat ze goede muziek maken. Ik hóór het zelfs ook. Ze kunnen er dus verder ook niets aan doen. En het heeft ook weinig zin me te overtuigen van mijn ‘ongelijk’.
Muse past ook in het rijtje. Fantastische muzikanten, origineel geluid, geweldige muziek voor op de camping op Pinkpop natuurlijk, maar niet echt aan mij besteed. Het is niet anders. Maar het is ook weer niet zo dat ik de eerdere keren dat ik ze zag huilend van ellende thuis kwam, en de voortekenen waren heel goed (mooi weer, festivalsfeer, mooi gezelschap), dus ik kocht last minute voor weinig via TicketSwap toch nog een kaartje voor dit concert.
Vorige keer (Amsterdam 2016) vlogen er wat mij betreft te veel drones rond tijdens het concert. En meer van dat soort dingen. Deze keer was het in alle opzichten beter. Dat begon al met onze plekken. We stonden aan het hek achterin de pit, met zeeën van ruimte om ons heen (gouden tip bij dit soort evenementen: laat je niet ontmoedigen door ogenschijnlijke drukte, en loop gewoon langs de zijkant naar voren, en dan naar het midden, soms wandel je zelfs zo de pit in). Dit was gewoon een fantastische show.
Nog steeds gebeurde er natuurlijk te veel om op te noemen. Maar wat een gitaargeweld. Wat een machine. Toen in de Ziggo Dome leek de muziek soms bijna ondergeschikt. Deze keer niet. Tegen het einde van het concert verscheen er achter op het podium nog wel even een enorme alien, met lange grijpgrage armen. Een bizar tafereel. Maar ik had vanavond in elk geval wel écht een band zien spelen. Ze sloten af met Knights Of Cydonia. Wat een climax.