Soozie Tyrell – The Stone Pony, Asbury Park, NJ, Verenigde Staten · Verhalen Vanavond Voor Altijd MY LIFE LIVE ARCHIVE
Verhalen › Soozie Tyrell – The Stone Pony, Asbury Park, NJ, Verenigde Staten

Soozie Tyrell – The Stone Pony, Asbury Park, NJ, Verenigde Staten

Basisgegevens

Artiest
Soozie Tyrell
Datum
02.05.2003
Geschreven
28.12.2021
Bekijk het event ›Bekijk het optreden ›

The Stone Pony is een legendarische club in New Jersey. Bruce Springsteen is er min of meer groot geworden. Als er bands optreden die ook maar een flintertje raakvlak hebben met Bruce, dan gonst het in Asbury Park en omstreken: Zou hij er misschien zijn?

Toen Remco een reis naar de Verenigde Staten aan het plannen was voor mijn ouders (en ons), had ik maar één voorwaarde. Op de avond van 2 mei móest ik in Asbury Park zijn. Ik had gezien dat Soozie Tyrell, violiste van de E Street Band, haar album White Lines presenteerde, in The Stone Pony. Mijn eis werd ingewilligd, maar ze wilden dan wel allemaal mee. Vooruit dan maar.

Bij binnenkomst hoorde een journalist van het AD ons in het Nederlands met elkaar praten. Even later zat ik bij hem aan een tafeltje en werd ik geïnterviewd. Tot zover verliep de avond rustig.

Niet veel later tikte iemand die ik kende van een eerdere trip naar New Jersey me aan, en hij zei: “Kijk eens naar die deur, daar komt hij nu ongeveer doorheen.” Mij werd vriendelijk verzocht niet te gaan wijzen of schreeuwen, waarop ik wild begon te wijzen en dingen naar mijn ouders en Remco riep als: “Kijk, daar.. daar is-ie! Dat kan toch niet?”

Weer even later was mijn verbijstering even groot toen ik zag dat mijn vader tegen Bruce aan het praten was. Mijn moeder had hem verteld hoe je “Ik zie je volgende week in Rotterdam” in het Engels zei (mijn ouders hadden kaartjes voor De Kuip van ons gehad). Toen dit allemaal achter de rug was, begon ik langzaam aan de situatie te wennen.

Dus stonden Bruce, zijn vrouw Patti, Remco, mijn ouders (aan een tafeltje wat verderop), ik, en nog een paar andere mensen, even later naar een stralende Soozie Tyrell te kijken. Zij maakte voorwaar geen slechte muziek, en dit was al helemaal geen slechte band. Dat moet zeker even gezegd.

Bruce en Patti lieten ons een paar minuutjes alleen, om op het podium wat achtergrondzang te verzorgen bij Soozie’s mooie nummer Ste Genevieve. Ik gaf Bruce een hoofdknikje toen hij daarna weer bij ons kwam staan (ik begin nu dingen te verzinnen).

De finale was een zinderende versie van It’s All Over Now, eindigend met een gitaarduel tussen de gitarist van de band en Bruce (dit is dan wel weer echt waar).

Bruce van zo dichtbij zien, zo in zijn element, zo los... Ik kan er eigenlijk nog steeds niet bij dat het echt gebeurd is. Maar dit ging natuurlijk over veel meer dan dat. Dit was werken aan de allermooiste familieherinneringen.

Vier dagen later landden we in de ochtend op Schiphol. Remco en ik gingen rechtstreeks naar Rotterdam. In de rij voor De Kuip zat een groepje mensen naast ons met het AD. Ik vroeg of ik die even mocht lenen, en bladerde naar het artikel ‘In My Hometown’.

Het slot van het artikel: ‘“Dit is mooi man. Echt waar”, zegt Erik Braak ontroerd. Geschreeuw om een tweede toegift mag niet baten. Het is echt ‘all over now’. Behalve voor Erik. Die gaat naar beide concerten in de Rotterdamse Kuip.’

's Avonds stonden we in het midden van de pit, met een lichte jetlag, weer naar Bruce te kijken. En naar Soozie Tyrell, niet te vergeten. Weer twee dagen later stonden we nog een keer op het veld van De Kuip, en zwaaiden we vanaf daar even naar onze ouders die op de tribune zaten.