Een paar maanden geleden waren we bij '40 jaar De Dijk' in de Ziggo Dome. Het was heel raar om weer eens met duizenden mensen zwetend tegen elkaar aan te staan. Véél meer mensen dan bij een gemiddeld De Dijk-concert. Maar verder was er weinig veranderd. In het geval van De Dijk teken je daarvoor.
Zelfs de bandleden zijn precies dezelfde. Er is alleen een gitarist bij gekomen. Dat is inmiddels Jelle Broek, zoon van de drummer. Iets met ‘muziek die generaties overstijgt’, denk je dan. In de Ziggo Dome stonden vast veel mensen die in 1993 ook in Paradiso waren. Best veel daarvan leken - net als Antonie Broek dus - hun kinderen te hebben meegenomen.
Natuurlijk, er waren wat dingen anders, ‘vroeger’. In het publiek zag je meer wilddoenerij, en op het podium meer Amsterdamse bluf. Neem nu Dansen Op De Vulkaan en Wat Heb Ik Al Die Tijd Gedaan (“Tijd voor een eenvoudige blues, over normaal liefdesleed”), en hoe ze in Paradiso werden uitgevoerd, 28 jaar geleden dus. Het is gelukkig voor de overlevering bewaard gebleven. Daarmee heb je in twee nummers ‘het állerbeste van De Dijk’ te pakken.
Dit was mijn eerste keer Paradiso. Dit was voor deze jongen van 17 precies wat hij op dat moment nodig had. Iets op het grensvlak tussen mainstream en alternatief, zeg maar. Daar - op dat grensvlak, maar ook in Paradiso - ben ik altijd blijven hangen. En bij De Dijk dus ook.