De Counting Crows werden groot in de jaren ’90. Dat was best knap, want ze hadden veel tegen. Ze waren niet zo stoer als Pearl Jam en Nirvana, niet zo alternatief als Green Day en de Red Hot Chili Peppers, en niet zo onderscheidend als Radiohead en de Smashing Pumpkins. Maar de liedjes op debuutplaat August And Everything After waren gewoonweg te goed om onopgemerkt te blijven. Wat blijft dat toch een wereldplaat.
Adam Duritz was altijd een gekwelde ziel. Begin 21e eeuw had hij gelukkig de weg omhoog gevonden. Hun vierde plaat Hard Candy was niet meer één groot tranendal. Dat had ook zijn weerslag op de shows. Meeslepend moeten die altijd al geweest zijn. Maar nu bleven we niet meer hangen in Adams binnenwereld. Hij nam ons mee de wijde wereld in, en daar werd soms ook gedanst en gelachen.
In het midden van een opzwepende versie van Rain King, hoorde ik opeens “the screen door slams, Mary’s dress waves…” Wat dat betekende: Mijn favoriete band van dat moment was Bruce Springsteen aan het coveren. Thunder Road! Het was zo’n moment dat echt alles klopte.
Dat wil je dan ook graag meteen aan iedereen om je heen gaan vertellen. Althans, ik wel… maar ik wilde ook dat liedje zien… Er was gelukkig iemand bij die zo’n uitleg helemaal niet nodig had. Mijn ogen nog vol ongeloof vingen Remco’s blik van verstandhouding op. Hij stond naast me. Ik zei het al: echt alles klopte op dat moment.