Eind jaren ‘90 ontdekte ik de eerste twee fantastische platen van de Counting Crows, August And Everything After en Recovering The Satellites. Ze maakten precies het soort muziek waar ik naar op zoek was: melancholisch, melodieus, poëtisch, af en toe ook nog wel flink rockend hoor, en waar anderen de stem van Adam Duritz zeurderig vonden, kon hij mij diep raken.
Hun piek qua live shows kwam voor mij al rond Hard Candy, in 2003. Tomeloze energie, elke show kon anders zijn, Adam Duritz op zijn best. Het werd daarna wel steeds een beetje minder. Teleurgesteld was ik nooit echt, maar het heilige vuur was wel uitgedoofd, vond ik. Ik zou ze zomaar eens over kunnen slaan als ze weer komen, dacht ik zelfs, na hun optreden bij Paleis Soestdijk in 2016.
Maar ja, toen kwam er de Butterfly Miracle Suite (One). Een goed verhaal, in vier liedjes, over een rockster die de weg kwijtraakt. Die EP kwam in de stomme corona-tijd, die zaken sowieso in een ander perspectief zette. ‘Na de droogte’ ging ik optredens van bands die zoveel voor me hadden betekend nu natuurlijk even niet overslaan. Het zou misschien nooit meer zo zijn als toen ze nog van alles te winnen en verliezen hadden. Maar die liedjes waren nog steeds diezelfde machtig mooie liedjes. En ze waren er gewoon nog.
Dus ik stond er weer, zes jaar later. En vanaf de eerste gitaarklanken, van Round Here, mijn allerfavorietste liedje, wist ik dat ik op de goede plek was. Het duurde ‘slechts’ zes minuten, trouwer aan het origineel. Dat was tekenend voor deze avond. Adam verbasterde niet elk nummer, zoals hij dat de laatste jaren vaak deed (door à la Bob Dylan tegen de melodie in te zingen en met lange geïmproviseerde intermezzo’s).
De setlist hielp ook: Daylight Fading en Recovering The Satellites had ik zelden live gehoord, 25 jaar oude liedjes die je dan gewoon nog woordelijk staat mee te zingen. Verder: de vertrouwde gezichten van de band, maar nu veel energieker, veel meer met een lach, en met veel meer samenspel.
Maar het grootste compliment is misschien wel dat de vier nieuwe liedjes eigenlijk het hoogtepunt van de hele avond vormden. Ze speelden ze als één geheel, tegen het einde van de main set. Ze klonken geïnspireerder dan in jaren. De Counting Crows hadden zichzelf hervonden. En ik mocht erbij zijn.