De concerten van 2013 · Stories Vanavond Voor Altijd MY LIFE LIVE ARCHIVE
Stories › De concerten van 2013

De concerten van 2013

Basis characteristics

Written
10.12.2013

23 - Tommy Ebben – 25 januari, Amsterdam, Pakhuis Wilhelmina
Dit kan beter doorgaan voor een avondje bier drinken met vrienden, met op de achtergrond liedjes van Bruce Springsteen, zeer enthousiast gespeeld door een door Tommy Ebben samengestelde gelegenheidsformatie. Superstrak was het misschien allemaal niet en tekstueel ging er her en der wat mis, maar een kniesoor (en iemand die de échte Springsteen 29 keer live heeft zien optreden) die daar op let. Een greatest hits show werd het, zoals het een coverband betaamt. Maar op de setlist was toch een plaatsje ingeruimd voor Jungleland en Backstreets, en daar had ik dan weer voor getekend in Nijmegen, vijf maanden later (dat was de 30e keer, tussen Kerst en Oud & Nieuw meer hierover). Verder een niemendalletje dit (vergeleken met al het moois dat nog gaat volgen dan), maar wel een erg leuk niemendalletje.
http://www.youtube.com/watch?v=Q0JyoEdIMh8

22 - Admiral Freebee – 13 november, Amsterdam, Bitterzoet
Admiral Freebee is de artiestennaam van de Belgische Tom van Laere, roots-rocker van beroep (denk aan een mix van Creedence Clearwater Revival en Neil Young). The Admiral ging solo, en ons was 'een repertoire vol waanzinnige verhalen en doorleefde liedjes' beloofd. Zo zonder band klinkt zijn stem inderdaad nog doorleefder en klonken sommige liedjes beter dan ik ze eerder hoorde. Maar sommige andere juist helemaal niet, zoals zijn veruit beste nummer Get Out Of Town, dat ophield waar het mét band pas echt begint (speel het dan helemaal niet). En die waanzinnige verhalen, tja, die waren inderdaad waanzinnig. Maar toen hij na een middenstuk van louter absurdistische grappen weer de serieuze singer songwriter ging uithangen, was ik hem kwijtgeraakt en vond ik hem helaas niet meer terug. The Admiral bezweek onder de druk om mij een onvergetelijke verjaardag te bezorgen. Maar op een bepaalde manier is dat hem toch gelukt. Zelden zo hard gelachen tijdens een concert namelijk, maar ik had een paar van die momenten graag ingeruild voor kippenvel. Rare avond.
http://www.youtube.com/watch?v=saO9G0Jms0M

21 - Kaizers Orchestra – 28 februari, Amsterdam, Melkweg
Muzikaal was het vast beter en veelzijdiger dan op Pinkpop 2004, toen ik deze hoempa-rockers voor het eerst zag en volledig overrompeld werd. Maar energieker en spectaculairder zeker niet. Niet heel gek, de heren zijn op zich ook gewoon wat ouder geworden. Het verrassingseffect is natuurlijk verdwenen (ga dan ook niet voor de 8e keer dezelfde band zien!): we schrikken zeg maar niet meer van een toetsenist met een gasmasker en van knuppels en koevoeten waarmee ingebeukt wordt op respectievelijk olievaten en wieldoppen. En dan heeft Kaizers Orchestra dus opeens veel weg van gewoon een leuke band met melodieuze liedjes. Maar die worden dan nog steeds in het Noors gezongen, en als het echt om de liedjes begint te gaan (een concept waar ik doorgaans niet wars van ben), dan heb ik eigenlijk liever dat ik ze kan verstaan. Het lijkt er sterk op dat Kaizers Orchestra is opgehouden te bestaan. Daarom ben ik blij dat ik nog één keer het Kaizers Orchestra-feestje heb meegemaakt, al was het dan niet helemaal het feestje waar ik van tevoren (een beetje tegen beter weten in) op hoopte.
http://www.youtube.com/watch?v=R5JruBal_k8

20 - Tom Odell – 21 mei, Amsterdam, Paradiso
Ik kende (ken, eigenlijk nog steeds) van Tom Odell alleen zijn monsterhit Another Love. Eerlijk gezegd is dat het enige nummer dat echt is blijven hangen van deze avond. Maar toch, behalve dat het concert maar net iets meer dan een uur duurde (maar wat verwacht je, hij had op dat moment welgeteld nul albums uitgebracht), deed Tom eigenlijk weinig verkeerd. Innemende persoonlijkheid, mooie stem, leuke uitstraling, goede band, aardige nummers. Maar als dit soort clichés om de hoek komen kijken, dan concluderen we toch dat dit niet de meest enerverende avond aller tijden is geweest. Ging die als een nachtkaars uit ook dan? Absoluut niet. Tijdens de toegiften (Honky Tonk Woman bijvoorbeeld, dus toch nog een ander nummer blijven hangen) ging Tom los, en moest zijn piano -die toch weinig had misdaan- het ontgelden, alsof hij ons ervan wilde overtuigen dat dit toch echt niet het laatste was wat we van hem gingen horen. En na afloop stuitten we in de kelder van Paradiso plotseling op de folk rock van de volkomen onbekende Treetop Flyers, de verrassing van het jaar, en gingen we alsnog een beetje euforisch naar huis.
http://www.youtube.com/watch?v=NrCU_yFbDD4

19 - The Lumineers – 18 november, Amsterdam, Heineken Music Hall
Het ging dit jaar hard met The Lumineers, dus werd dit optreden van Tivoli verplaatst naar de HMH, om meer mensen de gelegenheid te geven de hype met hun eigen ogen te aanschouwen. Nou ja, eigen ogen... Toen de folkrockers uit Denver opvallend vroeg in de set hun mega-hit Ho Hey inzetten, moest dit legendarische moment natuurlijk en masse gefilmd worden. Een minuut later werden de paniekerig uit de broekzak gehaalde telefoons nog paniekeriger terug de broekzak in gestopt. Zanger Wesley Schultz was er klaar mee ("Please put your cell phones down... I want you to be with us"), en onderbrak dus het nummer waarvoor ongeveer iedereen was gekomen. Best wel lef, voor een band die nog een zaal voor zich te winnen had. Mooi moment, tijdens een verder ook verrassend goed optreden. Veel korte puntige liedjes, folkliedjes dus, maar ook een sterke Dylan cover (Subterranean Homesick Blues), een akoestisch intermezzo vanuit het midden van de zaal en een geweldig slot (Big Parade). Ik maak natuurlijk wel gebruik van één van de filmpjes die gemaakt is tijdens het concert, om dit verhaaltje op te leuken. Zo ben ik dan ook wel weer.
http://www.youtube.com/watch?v=p-URcVxIsUs

18 - DeWolff – 19 april, Purmerend, P3
Rootsrock, hoempa-rock en folkrock zijn al langsgekomen in deze serie (sneak preview: morgen punkrock!). Nu moeten we praten over bluesrock, geloof ik, en dan ook nog de psychedelische variant daarvan. Hele lange nummers met al net zulke lange titels. Dat is dus zeg maar niet echt mijn ding, maar ik was niet vergeten hoeveel indruk DeWolff -desondanks- op me maakte op Pinkpop 2010, dus toch maar naar de P3 gewandeld, toen ze al met de warming-up bezig waren. Dat is weer eens wat anders dan maanden van tevoren een nacht in de vrieskou liggen voor een kaartje. En bijna net zo leuk, want een hele stugge jongen die een rotavond heeft met zo'n muzikale, originele, eigengereide en jeugdig enthousiaste band op het podium. Dat het niet allemaal even 'to the point' is wat daar gebeurt, neem je dan op de koop toe. Al die elementen kwamen nog het meest tot uiting in een minutenlange geïmproviseerde jam, en in Gold And Seaweed. Voor hetzelfde geld zat ik deze avond op de bank naar een of andere niet lekker in zijn vel zittende singer-songwriter te luisteren. Blij dat ik over mijn schaduw heen sprong.
http://www.youtube.com/watch?v=O2clSfSWCF4

17 - The Thermals – 19 juli, Utrecht, Ekko
The Thermals is een van de weinige overblijfselen uit mijn hardcore indie-periode (dat klinkt best stoer!). Ja, The Strokes ook, zeker, maar die treden nooit meer op. Overblijfsel in de zin dat ik niet na één of twee cd's op ze uitgekeken ben geraakt (Kaiser Chiefs, Maxïmo Park, Hard-Fi, The Enemy). Het is wonderlijk, alle liedjes van The Thermals lijken in zekere zin op elkaar, maar ze klinken allemaal even origineel. Negen jaar geleden zag ik ze voor het eerst, in Paradiso, toen ze er in een kleine drie kwartier een liedje of 18 van hun eerste twee cd's doorheen ramden (een top 10 Paradiso concert; néé, dit is geen aankondiging van een nieuwe serie). Nu, vier albums later, is de muziek iets bedaarder (wilder kon ook niet echt), daardoor de nummers iets langer (soms zit er zelfs een liedje van langer dan drie minuten tussen) en daardoor maken ze tegenwoordig soms zelf het uur vol. Deze avond ontbrak er toch iets. Of misschien was er wel teveel van iets anders (dit is wat cryptisch, maar een goede verstaander...). Een memorabele avond werd het dus zeker. Maar niet echt vanwege dit optreden.
http://www.youtube.com/watch?v=mCIBCN4_qd8

16 - Erwin Nyhoff - 23 november, Amsterdam, De Meervaart
Een van de meest ontroerende concertmomenten van 2013 kwam van Erwin Nyhoff. Hij stond in 1994 op Pinkpop met de Prodigal Sons. Zijn carrière raakte in het slop, tot hij besloot in The Voice 2011 te auditeren met The River en de finale haalde (coach Angela Groothuizen zat vanavond in de zaal). Nu doet hij een theatertour: "In The Footprints Of...". Op de drie puntjes moet je de naam van Bruce Springsteen denken, dus Erwin vertelde ons over zijn door Hem geïnspireerde muzikale vorming, en meer dan de helft van de nummers waren covers van Hem en van artiesten in wiens voetsporen Hij weer getreden was (Elvis, Chuck Berry, Woody Guthrie). Mede door een gebrek aan saxofoon in de hele jonge band kreeg vrijwel elke cover een eigen twist. Dat is knap. Springsteen was all over the place dus vanavond, en daarom was het des te bijzonderder dat de hoogtepunten (een aantal van) Nyhoffs eigen nummers waren, en de verhalen daarbij. Vooral het nummer dat hij schreef voor een ALS-patiënte en voor haar speelde vlak voor haar dood: Try Not To Cry. Wel een beetje flauw om dat van ons te vragen en tegelijkertijd dát nummer te spelen.
http://www.youtube.com/watch?v=CriDimd92j8

15 - Bob Dylan – 31 oktober, Amsterdam, Heineken Music Hall
Tangled Up In Blue van het onvolprezen Blood In The Tracks is op die plaat een bijna agressief gezongen aaneenschakeling van woorden (wat ze precies betekenen weet ik niet overigens). In de Heineken Music Hall had ik pas door dat hij dat nummer speelde toen ik hem de titel ervan hoorde murmelen. Blowin' In The Wind is een wereldwijd lijflied voor vrede geworden. Vanavond klonk het, als laatste toegift nota bene, slap en ongeïnspireerd. Dylan lijkt er een sport van te maken zijn oude nummers onherkenbaar uit te voeren. Verder maakt hij geen contact met het publiek, verstopt zich het grootste deel van het concert achter zijn piano en hij kan op zich niet meer zingen. Maar toch. Het is wél Bob Dylan. Het zijn wél die nummers. De band is heel goed. Aan de nieuwe nummers (de meerderheid) lijkt Dylan zelf ook zelfs wat plezier te beleven. En je weet van tevoren precies wat je kunt verwachten (als ik even om me heen keek zag ik eigenlijk alleen maar tevreden gezichten, dat was acht jaar geleden wel anders). Ik ben bang dat ik volgende keer weer 70 euro voor hem neertel. Het zou zomaar weer de laatste keer kunnen zijn. En ik geniet toch wel. Ondanks alles.
http://www.youtube.com/watch?v=sOw7mTJjLFM

14 - The Airborne Toxic Event – 14 oktober, Utrecht, Tivoli De Helling
De duistere naam van de band wekt de indruk dat dit gaat over een death-, doom- of anderssoortige metalband. Dat is niet zo. Ze hebben de naam gehaald uit het nogal diepzinnige boek White Noise van Don DeLillo. Niet dat ik het gelezen heb, maar van het uittreksel op Wikipedia werd ik al tureluurs. Dat zou weer suggereren dat de muziek ook diepzinnig is. Dat is ook niet zo. Die muziek is namelijk 'poppy' en toegankelijk (elk nummer klinkt als een potentiële hit), maar zit best ingenieus in elkaar (orkestraal is het woord, geloof ik). En voordat je denkt dat dit stukje over Marco Borsato gaat... Ook dat is dus niet zo. Enfin. Dit was een heerlijke avond ongecompliceerde, strak gespeelde en laaiend enthousiaste indie-rock van The Airborne Toxic Event uit Los Angeles. In Sometime Around Midnight zingt Mikel Jollett: "And it starts, sometime around midnight. Or at least that’s when you lose yourself for a minute or two. As you stand, under the bar lights. And the band plays some song about forgetting yourself for a while". Dat kregen ze -ver voor middernacht trouwens- voor elkaar. Voor meer dan twee minuten zelfs. Doel bereikt.
http://www.youtube.com/watch?v=AFUIIMWovUw

13 - Brad – 14 februari, Zoetermeer, De Boerderij
Voor de statistieken was dit sowieso al een geniaal concert, want in De Boerderij was ik nog nooit geweest. Nog een feitje: Dit moet de eerste keer zijn geweest dat ik bij een concert was waar ik van de band meer léden kende dan liedjes. Ik kwam eigenlijk voor Stone Gossard, slaggitarist van Pearl Jam. Daar speelt hij een rol op de achtergrond (op het podium althans, want hij is wel het muzikale brein). Dezelfde rol vervult hij bij Brad verrassend genoeg ook, al kreeg hij hier wel de gelegenheid af en toe bescheiden te gitaarsoleren (of is het gitaar te soleren?) en 'mocht' hij ook een eigen nummertje zingen. Maar de spotlights zijn toch echt voor Shawn Smith, imposante man met imposante stem. Brad brengt een vrij traditioneel Amerikaans geluid, dat desondanks alle kanten uitwaaiert: heftig gitaarwerk, soulvolle ballads en Princiaanse funk. Het komt allemaal voorbij en het werd nooit saai dus. Crown Of Thorns (van Mother Love Bone, voorloper van Pearl Jam) als een van de toegiften was de slagroom op de taart. Maar dat is nogal een cliché. Dus je zou ook kunnen zeggen: de parel op de jam. Maar dat is dan weer een hele slechte woordgrap.
http://www.youtube.com/watch?v=LkL-N7rpXtw

12 - Boudewijn de Groot – 24 maart, Amsterdam, Carré
"Vaarwel, Misschien Tot Ziens", onder die titel schuimde Boudewijn de Groot dit jaar de theaters af. Daar is over nagedacht, zo lijkt het: het suggereert een afscheidstournee, maar laat wel heel veel ruimte over om nooit met optreden te houden. Het lijkt mij logisch dat dat laatste gaat gebeuren, als je Boudewijn de Groot op het podium bezig ziet. Het heilige moeten straalt hij niet meer uit, eerlijk gezegd. De protestliederen van weleer bleven achterwege en het zou van mij allemaal wat minder vlak mogen klinken. Maar het heilige genieten is nu het devies. Dus er was ruimte voor opvallend veel (mij) onbekend en recent werk en gelegenheid voor de diverse bandleden om hun momenten op de voorgrond te pakken (bijvoorbeeld in Een Meisje Van 16, met een glansrol voor violiste Monique Lansdorp). En Boudewijn die dan ziet en hoort dat het goed is. Zoiets. Maar als de band dan even het podium verlaat, en hij in zijn eentje achter elkaar Beneden Alle Peil, Verdronken Vlinder en Testament speelt, de nummers uit mijn jeugd: Dan is het helemaal goed. Zeker als naast je op dat moment je ouders zitten.
http://www.youtube.com/watch?v=uJS-Jpxxm1I

11 - Eels – 2 april, Amsterdam, Paradiso
"Things the grandchildren should know", zo heet de autobiografie van Mark Oliver Everett, beter bekend als E, de zanger van Eels. Het is een betoverend boek. Zijn vader was een briljant natuurkundige. Een tamelijk getroebleerde man. Als E hem dood aantreft en probeert te reanimeren is dat het eerste fysieke contact dat ze ooit hebben. Zijn zus was schizofreen en manisch depressief en pleegde zelfmoord. In het boek beschrijft hij dit alles, en wat dat met hem gedaan heeft en hoe hem dat gevormd heeft, op een hilarische manier (ja echt!). E zelf heeft ook zo zijn buien, maar vanavond zat hij lekker in zijn vel: De nadruk lag op het 'feestelijkere' werk (ik gun hem zijn goede gevoel, maar persoonlijk vond ik dit dan weer jammer) en toen de helft van het publiek al vertrokken was, kwam de band terug voor wat extra toegiften, opgeleukt met bizar verklede mensen op het podium. Eels live, dat is een soort Feyenoord: je weet nooit wat je kunt verwachten, het kan heel erg tegenvallen, maar soms valt ineens alles op zijn plaats. Zoals toen ze The Turnaround speelden bijvoorbeeld. In hun zwarte Adidas-trainingspakken.
http://www.youtube.com/watch?v=GGLysOsOytA

10 - Aimee Mann – 24 januari, Amsterdam, Paradiso
"So that's today's memory lane, with all the pathos and pain. Another chapter in a book where the chapters are endless. And they're always the same. A verse, then a verse, and refrain". Een mijmering, uit 4th Of July, van Aimee Mann (53, je zou het haar niet geven). Haar muziek staat er bol van. Je zou haar kunnen kennen van de Magnolia soundtrack (zo niet, google dan onmiddellijk "Magnolia Wise Up Sequence"!). Ze werd genomineerd voor een Oscar (en verloor van Phil Collins, maar daar was ze helemaal niet bitter over, vertelde ze ons in Paradiso). Even stond ze toen (1999) in het middelpunt van de belangstelling. Snel daarna zocht ze de luwte weer op, hoewel dat vast niet een bewuste carrière-move was. Ze is een lieveling van de recensenten, maar een miljoenenpubliek is niet voor haar weggelegd, want de muziek is veelal midtempo (al waren er deze avond momenten dat het wat losser ging) en ze is niet de beste zangeres ter wereld. Wegdroommuziek (ik dacht laat ik ook eens een woord verzinnen) verkoopt nu eenmaal niet zo goed. Want dat is waar ze je toe verleidt: Wegdromen, met op de achtergrond die mooie mijmeringen, en sprankelende melodieën. Wat wil je eigenlijk nog meer...?
http://www.youtube.com/watch?v=fAHkuXPqkaM

9 - Built To Spill – 25 september, Amsterdam, Bitterzoet
Als oud-collega Maxwell uit Chicago niet op een dag een jaar of tien geleden de briljante cd Perfect From Now On in mijn handen had gedrukt, had ik nu misschien nog nooit van Built To Spill gehoord, net als jullie allemaal. Built To Spill schijnt toch een van de meest populaire en invloedrijke indie-acts van de jaren '90 te zijn geweest. Nou, je kunt een hoop van ze zeggen, maar niet dat ze daarna sky high zijn gegaan. Ze zien er uit als roadies en bouwden dan ook hun eigen podium op. Verder deed het eerste kwartier een microfoon het niet (gelukkig niet die van Doug Martsch, al zullen daar de meningen over verdeeld zijn) en duurden de pauzes tussen de nummers erg lang omdat er weer eens een gitaar gestemd moest worden of een gebroken snaar vervangen. Maar tussen al het geknutsel door raakten we in de ban van lang uitgesponnen nummers die alle kanten op gingen, drie gitaristen van wie onduidelijk was of ze nu met elkaar mee of tegen elkaar in speelden, en Doug Martsch die daar overheen of langs zong, uit zijn tenen, net niet of net wel vals. Built To Spill schuurde en daagde uit. Built To Spill was meeslepender dan vrijwel elk hedendaags bandje dat in hun voetsporen is getreden.
http://www.youtube.com/watch?v=YBBbA33VrHk

8 - Dodgy – 19 mei, Edinburgh, Schotland, Voodoo Lounge
Na Two Gallants vorig jaar in Leaf Tea Room in Liverpool, begint het op een traditie te lijken, een concert bezoeken in een klein obscuur zaaltje ergens in Groot-Brittannië. Een beetje tragisch was het wel: Dodgy, een van de eerste en grotere exponenten van de Britpop, voor een man of 100 publiek. Na afloop raakte ik in gesprek met drummer Mathew Priest, een klein dik mannetje met 0,0 charisma (vlak nadat een van mijn vrienden, ex-drummer, mij influisterde dat hij Priests drumkwaliteiten in twijfel trok, gaf deze, alsof hij wakker geschud werd door de weinig opbouwende kritiek, een drumsolo weg waar Cesar Zuiderwijk u tegen zegt). Naarmate het gesprek vorderde nam de tragiek toe, want hij smeekte me bijna om een optreden in de kleine zaal van Paradiso te regelen, toen hij hoorde dat we uit Nederland kwamen. Ze speelden eerst twee albums integraal (hun laatste, comeback-plaat Stand Upright In A Cool Place, en daarna hun allereerste, The Dodgy Album) en tenslotte drie toegiften: het hoogtepunt If You're Thinking Of Me en de hits Good Enough en Staying Out For The Summer. Maar eigenlijk klonk alles als een potentiële hit. Dan doe je iets erg goed.
http://www.youtube.com/watch?v=JL4cPVCnHuY

7 - Counting Crows – 16 april, Amsterdam, Heineken Music Hall
Er viel best wat aan te merken op dit concert van de Counting Crows. Liever dan de covers van het album Underwater Sunshine had ik meer eigen liedjes gehoord. Mr. Jones werd bijvoorbeeld geskipt (waardoor A Long December nu het enige nummer is dat tien keer gespeeld is van de tien keer dat ik ze zag, maar dat terzijde). Van het eigen materiaal dat ze wél speelden, hadden best wat ballads vervangen mogen worden door rockers. De toegiften verdienen opschudding (Hanginaround mag er nu echt wel eens uit). En als Adam Duritz voor de zoveelste keer aan een zwaar emotionele improv begint, dan twijfel je toch of hij het echt wel allemaal meent. Maar het is Kerst, iedereen is blij, dus die aanmerkingen maakt iemand anders maar. Dus tijd voor het goede nieuws! De angst dat het heilige vuur zou ontbreken, na een paar jaar stilte en zonder nieuw (eigen) materiaal, bleek ongegrond. Voor de fijnproever was de setlist aantrekkelijk, met het prachtige I Wish I Was A Girl en Perfect Blue Buildings (perfect!). Maar sowieso: na tien minuten was de avond al geslaagd. Na vijf seconden eigenlijk al. De openingsnoten van Round Here. Vijf seconden in shock. Daarna tien minuten in trance.
http://www.youtube.com/watch?v=5BYXXJ0K3n4

6 - William Fitzsimmons - 5 december, Amsterdam, Bitterzoet
William Fitzsimmons is kaal en heeft een bizarre baard (die had hij niet speciaal voor Sinterklaasavond laten staan). Verder had hij een blauwe overall aangetrokken. "Take me as I am", zei hij, waarna hij een tongue-in-cheek cover van Bryan Adams' Everything I Do inzette. Hij kreeg er het luidste applaus van de avond voor, wat hem verleidde tot de wanhoopskreet: "Why am I writing all these songs I write? I could make a fucking lot of money!" Die schrijft hij dus om een uitverkochte zaal ademloos naar te laten luisteren. Extreem stille liedjes, over de liefde en alle ellende die dat thema met zich meebrengt. Tussendoor maakte Fitzsimmons grappen vol zelfspot, wat de avond enigszins draaglijk maakte. De toegiften deed hij midden in de zaal, onversterkt. Hier schoot hij zijn doel wat voorbij, want we stonden vrij dichtbij maar konden hem alsnog amper horen. Van The Sparrow & The Crow (uit 2008), een van de mooiste albums van de laatste tien jaar, speelde hij helaas maar een paar liedjes. Kleine smetjes op een verder magische avond. William Fitzsimmons in een tent die Bitterzoet heet. Toepasselijker kan eigenlijk niet.
http://www.youtube.com/watch?v=4YOltmw2K2M

5 - The Thermals - 25 oktober, Amsterdam, Paradiso
Hevig getwijfeld of ik deze niet beter kon overslaan (geef mij jouw twijfels, hoor ik u denken). De eerste keer dat ik The Thermals (uit Portland) zag spelen, voelde ik me na afloop herboren en afgemat tegelijkertijd. De drie keer daarna was er weinig mis, maar voelde het niet meer alsof ik iets wereldschokkends had meegemaakt. De laatste keer (nummer 17 op deze lijst) zou ik zelfs als plichtmatig willen bestempelen. En dan blijft er niet veel méér over dan tientallen steengoede liedjes van 2 a 3 minuten. Niks mis mee, maar die kan ik ook op mijn iPod beluisteren. Dus misschien was dit wel hun laatste kans om mij binnen boord te houden. Oh, the pressure! Maar ze slaagden, met vlag en wimpel zelfs. Ik geloof trouwens niet dat dat per se kwam omdat ze zo bang waren mij te moeten gaan missen in de toekomst. Dat het de laatste show van de Europese tour was, hielp vast ook mee. Hoe dan ook, de gedrevenheid van 20 juli 2004 (zelfde gebouw, andere zaal) was helemaal terug. Hutch Harris, Kathy Foster en Westin Glass leken wel artiesten vanavond, zoals ze plotseling met elkaar en met het publiek om gingen. Had ik trouwens al gezegd dat hun liedjes steengoed zijn? The Thermals zijn nog niet van me af.
http://www.youtube.com/watch?v=yZ8HbjZR-W8

4 - Bruce Springsteen – 22 juni, Nijmegen, Goffert Park
Een concert in drie delen. Deel 1 was een aaneenschakeling van spannende en verrassende keuzes (waaronder song 199 voor mij: So Young And In Love). Het gelukzalige gevoel dit weer mee te mogen maken, met dierbare vrienden en familie. Deel 2 was een integrale uitvoering van Darkness On The Edge Of Town (en dus song 200: Streets Of Fire). Het besef dat er niets maar dan ook echt helemaal niets in de buurt komt van een Bruce Springsteen concert. Deel 3 was het feest (met song 201: Shout). Op de automatische piloot weer eens, en ik dwaalde dus af. Eigen schuld dikke bult: 30 concerten van één artiest bezoeken, in 9 landen (762 nummers, waarvan dus 201 unieke), dat is vragen om problemen. Toen ik tijdens mijn 21e Born To Run dus wat om mij heen keek, zag ik dat het gewoon weer werkte als een tierelier. De "It's not raining hard enough!!" scène tegen het einde, was Springsteen op zijn Springsteenst: de stortregen niet als een probleem zien, maar er gebruik van maken om het publiek nóg meer aan je te binden. Maar het échte hoogtepunt was anderhalf uur eerder al geweest: Racing In The Street. Elf minuten in de zevende hemel.
http://www.youtube.com/watch?v=Ocv624l1ejo

3 - The National – 7 november, Amsterdam, Heineken Music Hall
Trouble Will Find Me sleept de titel Album van het Jaar 2013 uit het vuur. Er zijn nogal wat luisterbeurten voor nodig geweest om dat te bewerkstelligen. De muziek van The National is dan ook niet al te toegankelijk. De ingrediënten: De zwaarmoedige zielenroerselen van Matt Berninger, breekbaar gezongen langs complexe gitaar- en drumpartijen (drums zoals je ze bij geen andere band hoort: niet dienend, maar dragend, of zoiets). Op Crossing Border 2010 was ik onverwacht weggeblazen, dus de verwachtingen waren hooggespannen. En de zaal weer wat groter (maar wel stijf uitverkocht!). Dat is altijd wat eng. Matt Berninger oogde en klonk dan ook nerveus (al zal dat verder niets met mijn verwachtingen te maken gehad hebben, volgens mij zit hij sowieso niet altijd even lekker in zijn vel). Misschien juist daardoor ging zijn stem nog meer door merg en been, of hij nou lieflijk "I need my girl", wanhopig "I don't want to get over you!", gefrustreerd "I don't have the drugs to sort it out!!", angstig "It takes an ocean not to break!!!" of woedend "Your words are swallowing my SOUL SOUL SOUL!!!!" zong. Elke emotie leek even oprecht.
http://www.youtube.com/watch?v=V2G7cFrjSTw

2 - Doe Maar – 12 februari, Amsterdam, Heineken Music Hall
4us was na Kinderen Voor Kinderen 1-5 het eerste album dat ik woordelijk mee kon zingen (ik was een jaar of 8). Een steile leercurve, van "O als die afwas maar eens af was" naar "Je loopt je lul achterna". Het was Doe Maars laatste en veruit beste kunstje. Ze waren klaar met het spelen voor losgeslagen jonge meisjes, en klaar met elkaar ook wel eigenlijk. Ik had de talloze reünie-tours vanaf 2000 bewust overgeslagen, want niet echt zin in een massaal meezingfeest. Maar de tijd was rijp. Mijn broer kende een heel leuk tentje, daar speelde een prima bandje. 'Gewoon' een bandje ja, want vanavond draaide het alleen maar om de muziek. Handig dus dat die liedjes echt ongelooflijk goed zijn en er louter rasmuzikanten op het podium stonden, die elkaar oprecht de spotlights gunden (mooi ook: Jan Hendriks als een soort frontman tussen Ernst en Hennie in). Hun speelplezier waaide over naar het publiek, dat zichtbaar genoot (en hoorbaar, want ja, er werd natuurlijk wel massaal meegezongen). En die 8-jarige jongen van toen genoot zich al helemaal suf, misschien alleen wat stiller. Al zal ook hij een refreintje mee hebben gezongen, "Heroïne Godverdomme!!" bijvoorbeeld. Net als vroeger. Mooi cadeau, broer!
http://www.youtube.com/watch?v=Y4eflk1fyWs

1 - Conor Oberst – 1 februari, Amsterdam, Paradiso
Conor Oberst sloot op 1 februari aan in een illuster rijtje artiesten die mij eerder in een soortgelijke setting (solo dus) hadden overdonderd. Bruce Springsteen, Eddie Vedder, Ryan Adams, Conor Oberst: dat is een goed stel hoor! De eerste keer dat ik hem zag optreden, met Bright Eyes, was in 2004. Hij was compleet de weg kwijt. De concerten die volgden waren beter maar nog steeds rommelig. Twee keer was het bull's eye: Tivoli 2005 en Paradiso 2011. Vanavond was er dus geen band. De gastheer kwam op, strak gekleed, ging zitten op een stoel, gitaar op schoot, publiek nog wat rumoerig: The Big Picture. Iedereen stil. Daarna First Day Of My Life. Het mooiste liedje van deze eeuw. Vervolgens 17 nummers uit alle hoeken van zijn oeuvre, op enkele begeleid door een gitarist/marimbaïst. Alles was even raak. Conor had het zowaar naar zijn zin. Hij deelde tussendoor nog wat herinneringen aan dat eerste concert uit 2004 met me (en gaf toe dat hij toen compleet de weg kwijt was). Tot slot kregen we nog even acht minuten (725 woorden) lang de wanhopige zelfreflectie van Waste Of Paint voor onze kiezen. Een onwerkelijk einde van het beste concert van dit jaar.