Ik heb Acda & de Munnik eigenlijk nooit als een echt pop-/rockduo-/band gezien. Voor mij bleef het altijd kleinkunst. En in het genre kleinkunst, dan muzikaal gezien misschien wel de beste, in de voetsporen van Bram Vermeulen. Toen ze zich, zo rond de derde/vierde cd, steeds meer begonnen te profileren als 'serieuze band', ben ik een beetje afgehaakt. De liedjes werden misschien rijker, en complexer, en soms harder, maar raakten mij al minder.
Behalve op een Uitmarktje of in een Vondelparkje hier en daar, zag ik ze maar één keer eerder echt, in de Purmaryn, in 1997, met veel referenties toen naar mijn geboortedorp De Rijp (Thomas Acda was mijn oude buurjongen, min of meer). Toen de afscheidsconcerten werden aangekondigd, was de keuze natuurlijk snel gemaakt. Die liedjes die ik eind jaren 90 zo grijs had gedraaid wilde ik nog wel één keer live horen, zeker in Carré.
Ze kozen, en geef ze eens ongelijk, voor een dwarsdoorsnede van hun hele oeuvre, zodat de band kon shinen bij die muzikaal rijkere nieuwe nummers (zelfs twee geheel nieuwe nummers). Cabaret hoort nu eenmaal bij ze, maar de minutenlange monologen van vooral Thomas Acda hadden wel wat korter gekund. Want daardoor bleven veel van mijn oude favorieten achterwege. Maar daar ga ik niet over zeuren.
Want een keuze maken uit de hoogtepunten van deze hartverwarmende avond is een serieus luxeprobleem. Ik ga voor het mondharmonicaspel van Thomas Acda. Weergaloos, echt. En dan natuurlijk: Lopen Tot De Zon Komt, uit de tenen van Paul de Munnik. Hij zong het alsof hij het niet twintig jaar geleden, maar gisteren had geschreven. Concertmoment van het jaar? Ik kom er nog op terug.
Verhalen › Acda en De Munnik – Carré, Amsterdam, Nederland
Acda en De Munnik – Carré, Amsterdam, Nederland
Basisgegevens
- Artiest
- Acda en De Munnik
- Datum
- 27.03.2015
- Geschreven
- 07.01.2016